De stap om muziek te gaan maken is niet altijd een logische. Ikzelf ben er als het ware gewoon ingerold. Mijn vader, drie zussen en twee neven waren lid van de KRPH en dan staat het al snel vast dat je ook die kant gaat.
Met mijn 5e jaar stond ik dan ook met de Maracas (samba-ballen) op het podium van de Rivièrahal op te treden met de drumband. De toenmalige tambour-maître (Frans van de Pol) heeft mij een aantal keren van de rand van het podium weggehaald om te voorkomen dat ik een vroege variant van het nu populaire crowdsurfen ging uitproberen, maar ik heb me toen echt prima vermaakt. Het virus had mij te pakken.
Via de S.K.V.R. (Stichting Kunstzinnige Vorming Rotterdam) heb ik de algemene muzikale vorming gedaan, wat in die tijd neerkwam op het klappen van ritmes en het lachen om de steeds terugkerende grap van de docent die zogenaamd zijn hand brand aan de TL-buis.
Het vervolg hierop was interessanter. Als voorbereiding op de daadwerkelijke instrument keuze werd week na week een instrument in het zonnetje gezet. Dit begon met strijkinstrumenten.
Na manhaftige pogingen om 'Vader Jacob' op zowel viool als cello te krassen, waarbij het daadwerkelijk geproduceerde geluid het midden hield tussen een krakende trap en een geschrokken kat, vroeg ik beleefd wanneer de echte instrumenten kwamen. Immers als adept van een harmonie orkest had ik niet zoveel met strijkinstrumenten. De verontwaardigde blik van de dame die haar best deed haar klas met potentiële Jaap van Zwedens te vullen is me altijd bijgebleven.
Neemt niet weg dat na een omweg met mandolines en accordeons er eindelijk instrumenten in het lokaal kwamen die ik herkende. Klarinet, dwarsfluit, trommel en trompet.
Het liefst wilde ik trompet. Lekker anders dan de rest van familie en bovendien scheen je er een snor van te krijgen (al onze toenmalige trompetisten hadden immers een snor en als kind ben je goed in staat om hele directe conclusies te trekken), maar slagwerk (trommel) dacht ik ook wel leuk te vinden.
Het is uiteindelijk slagwerk geworden, weet niet meer precies hoe, maar ik speel het nog steeds dus de klik is er.
Er zijn natuurlijk ook zat voorbeelden van mensen te noemen waarbij muziek niet een voorname rol in het gezinsleven speelt. Voor die mensen is de stap om een instrument te gaan bespelen iets groter, maar niet onoverkomelijk.
Juist het krijgen van de klik met instrument en docent zijn op zo'n moment belangrijk.
Onze voormalige dirigent Hans Verheij geeft ook al jaren les en heeft een hele leuke website, waarop hij aangeeft wat belangrijk is als je muziekles gaat nemen, maar ook uitlegt dat je soms even door de zure appel heen moet bijten.
Alhoewel hij zich richt op koperblazers, is de inhoud te vertalen naar ieder instrument.
Ik zou zeker even gaan kijken op zijn site.
Als je interesse hebt om een instrument te spelen na het lezen van dit stukje en de website van Hans, stuur dan een berichtje naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. . Vergeet hierbij niet een telefoonnummer te vermelden, zodat we even contact met je op kunnen nemen.




